Actie!

Het jaar 2011 is nu al een indrukwekkend jaar. Ook in Estland kan je nu met de euro betalen, een bomaanslag op het vliegveld van Moskou, maar natuurlijk ook de aardbevingen in Japan en Nieuw-Zeeland, Laurent Gbagbo (voormalig president van Ivoorkust) werd gearresteerd, net zoals legerleider Ratko Mladic. Natuurlijk was er ook nog het huwelijk van Prince William en Kate Middleton en het feit dat de zoektocht naar ‘s werelds beste verstoppertjespeler (zelfs Wally viel er in het niets bij: hem heb je na een dag ofzo wel gevonden) Osama Bin Laden eindelijk ten einde is.

Maar het grootste nieuwsitem van het afgelopen halfjaar is toch de Arabische lente. De Arabische lente staat voor een reeks revoluties in de Arabische landen, met name in de Noord-Afrikaanse landen en enkelen in het Midden-Oosten. Het begon allemaal in Tunesië, waar in januari president Ben Ali, die al 23 jaar aan de macht was, werd afgezet. Dat gebeurde natuurlijk niet een-twee-drie, maar na enkele weken protest van de bevolking. Dit werd voor een heel groot deel gedragen door slim gebruik van verschillende sociale media. Met name Facebook, Twitter en Youtube werden breed ingezet om de protesten te leiden, te coördineren en naar buiten te brengen. Dit idee werd snel opgepikt door de omringende landen. De president van Egypte Moubarak, hield het een tweetal weken vol, maar ook hij kon uiteindelijk niet meer op tegen de druk die door zijn volk werd gezet. Inmiddels was de internationale pers op volle oorlogssterkte aanwezig, zodat ook de rest van de wereld mee kon volgen wat er daar allemaal gebeurde. Iedereen herinnert zich natuurlijk de beelden van het Tahrir-plein.

Ondertussen was de vlam ook al naar Libië overgewaaid. Libië, een land dat het afgelopen decennium vaker positief dan negatief in het nieuws kwam, wordt nog steeds geleid door Muammar Gaddafi, die inmiddels al bijna 42 jaar aan de macht is. Ook hier ontstonden protesten en gingen duizenden mensen de straat op. Een groot deel van het Libische leger bleef trouw aan hun leider, die meteen duidelijk maakte dat er een burgeroorlog zou ontstaan als de rellen door zouden gaan. De rebellen, die wisten dat ze weinig te verliezen hadden, gingen de confrontatie aan. Al snel woedden er kleine schermutselingen in het hele land, maar die verplaatsten zich snel naar de grotere steden.

Omdat de rebellen niet opkonden tegen het machtsvertoon van het Libische leger, kwam de VN in actie. Op 17 maart werd de no-fly-zone over Libië goedgekeurd. Hierdoor werd het mogelijk om voor Frankrijk, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk luchtaanvallen uit te voeren op de strijdkrachten van Gaddafi.

Inmiddels was het Arabische inferno naar de landen in het Midden-Oosten overgegaan, onder andere Bahrein, Syrië en Jemen, elk met wisselvallige resultaten: in Bahrein en Syrië is er amper iets veranderd, mede door zowel defensieve als offensieve acties van de respectievelijke legers. In Jemen is president Saleh al het land uitgegaan, maar er heerst nog steeds een politieke onrust.

Op een veel kleinere schaal zijn er echter ook andere protesten geweest. In Gent vierden een kleine duizend aanwezigen dat de huidige regeringsvorming de langste ter wereld ooit werd, met een symbolische overhandiging van de wisselbeker van de vorige recordhouder Irak. En laatst protesteerden enkele duizenden Spaanse jongeren tegen de werkloosheid.

Al deze acties zijn in mijn ogen een teken van ommekeer. Of het nu een machtswisseling is, of een blijk van ongenoegen, het is een teken dat de mensen niet meer over zich heen laten lopen. Ze beseffen dat samenwerken veel meer effect heeft dan in je eentje protesteren of klagen over wat er allemaal mis is. En daar komt het internet kijken. Het internet is op dat vlak een heel krachtig medium, maar ook een overschat medium. Aantallen zeggen op het internet niet veel, het kost geen enkele moeite om lid te worden van een groep „Virtuele mars in Egypte“. Ik keur dat niet af, maar ik stel me daar wel vragen bij. Aan de andere kant hebben grote getallen mensen een zekere positieve invloed op de motivatie. Maar, en dat is een beetje het punt waar ik mee zit: het zijn allemaal momentopnames. Toen ik halverwege februari op Facebook keek, viel het me op dat er al zoveel vrienden bij die „Virtuele mars“ zaten. Dan is het makkelijk om je ook bij die groep aan te melden. Maar als je nu kijkt, valt het op hoe weinig mensen daar nog mee bezig zijn, terwijl die onrusten – niet die in Egypte, daar is het nu betrekkelijk kalm – nog steeds plaats vinden.

Maar, het is ieder goed recht om je aan te sluiten bij welke actie dan ook, maar ik merk dat ik veel meer nadenk over wat voor consequenties dat heeft, en of ik daadwerkelijk iets kan doen aan die situatie. Dit laat uitschijnen dat ik een moraalridder ben, wat ik voor een deel ook wel ben. Er zijn echter situaties die je niet meteen kan doorgronden, waarvoor je eerst een deftige achtergrondstudie voor moet hebben gedaan, bij wijze van spreken.

Daarom keur ik acties zoals de Arabische lente, ludieke acties als de „Frietrevolutie“, of de protesten van Greenpeace tegen nucleaire transporten niet af, ze zijn heel belangrijk om de problemen in de wereld te laten zien. Maar als je alleen nog maar die acties voert om actie te voeren, dan ben je verkeerd bezig. Elk doel heeft zijn eigen actieplan nodig, met daarbij een actiefilosoof. Dus, laat die ridders vechten voor de moraal!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *